RSS

Categorie archief: Onderzoek

Brainstormsessie Duurzaam meedoen in ‘t Gooi evaluatie

Datum: 31 maart 2011
Organisatie: Gerda Baas, Arbocoaching en Marcel van Unen, WerkZaak

1. Uitkomst brainstormsessie
Als centraal thema werd Beeldvorming gekozen.

Na de mindmap brachten de deelnemers de volgende probleemstellingen in
• Inperken/Belemmerende overtuiging
• Ieder voor zich
• Eigen belang
• Bureaucratie
• Ontbreken van zelfverantwoordelijkheid

Besloten werd 1 probleemstelling uit te diepen met “omgekeerd brainstormen”. De overige probleemstellingen kunnen eventueel in een volgende brainstormsessie worden uitgewerkt.

Hoe voorkom je Inperken/ Belemmerende overtuiging:
• Denk na over het beeld dat je zelf creëert
• Stel je open voor (onverwachtse) mogelijkheden en welwillenden
• Biedt scholing aan
• Meet succes en maak je succes bekend
• Richt je op de toekomst
• Visie: Je kunt altijd wel iets doen om wat aan je situatie te veranderen
• Wees trots op jezelf
• Wees gericht op kansen en biedt de ander kansen
• Ga de wereld in en wees actief
• Maak vervoer mogelijk
• Zorg goed voor jezelf en promoot het goed voor jezelf zorgen
• Bestrijd verslaving
• Biedt woonruimte aan
• Los problemen en ruzies op
• Geef voorlichting om problemen te voorkomen (ongewenste zwangerschap, drugs etc)
• Biedt hulp van buitenaf
• Stel begrijpende, adviserende mensen beschikbaar
• Heb het over je krachten en maak deze zichtbaar

2. Uitkomst korte interventie
Tijdens de sessie verrichtte Marcel een korte interventie over uitkeringsgerechtigden. De uitkomst hiervan was:

De Waarden van vandaag:
Kansen, inzicht maatschappelijk belang, arbeidsvreugde, onderzoeken, hervorming en levenskwaliteit

De normen die hieruit voortvloeien:
Openstaan voor ideeën en mogelijkheden, verplichte deelname (iedereen moet bijdragen), vrijwilligerswerk is OK, zelfverantwoordelijkheid, consequenties voelbaar maken,
Niet meer alleen maar consumeren, zelfbewust worden, confronteren moet

3. Uitkomst evaluatie
Na afloop werd de sessie geëvalueerd. Iedereen uitte zich tevreden en gaf aan nieuwe inzichten te hebben gekregen. Ondermeer werd genoemd:

• Inspirerend om zo met elkaar te praten
• Alles wat je aandacht geeft groeit
• Bevestiging dat je naar de mens moet kijken
• Het is goed om met meer mensen van andere disciplines te praten
• Sta regelmatig stil en vraag jezelf af: waar ben je nu mee bezig.
• Kijk kritisch: waar komen we vandaag en waar gaan wij heen?
• Uit welk belang ga ik er in stappen?
• Ik ga meer vanuit behoefte van de klant werken
• Maak resultaten zichtbaar
• Verander de visie op de zgn. onderkant van de maatschappij
• Sneller mogelijkheden schetsen bij de uitkeringsbeoordeling
• Goed te merken dat wij hier met verschillende partijen bij elkaar zitten die uit zijn op flexibel onderling samenwerken waarbij belang van de cliënt voorop staat
• Stap in de beleving van de cliënt en vraag wat hij/zij nodig heeft

4. Slotconclusie
Aanvankelijk werd het thema met brede blik onderzocht. Nadat het omgekeerd brainstormen klaar was, ontstond een open gesprek, waarbij het thema de diepte in ging; de deelnemers trokken uit zichzelf het thema door naar hun eigen werksituatie en hun eigen werkstijl.

Het inzicht ontstond dat je weinig grip hebt op de ontwikkelingen in de maatschappij, maar dat je vanuit je eigen werkstijl wel deze verandering op kleine schaal kunt doorvoeren, waardoor je efficiënter zult werken en daarbij anderen zult inspireren.

De brainstormsessie heeft voor alle deelnemers nieuwe inzichten opgeleverd, die zij zelf direct in hun werk kunnen toepassen. Daarbij is door alle deelnemers de wens geuit flexibel met andere organisaties te willen werken en om zo van elkaar te leren en de cliënt middels doorverwijzing beter te kunnen voorzien in dat wat nodig is. De brainstormsessie lijkt hiervoor een goede mogelijkheid om partijen te verkennen.

5. Toekomst
De brainstormsessie werd door de deelnemers als waardevol ervaren. Daarom hebben wij besloten om een nieuwe sessie te organiseren in het najaar van 2011.

De doelstelling zal onverminderd zijn: brainstormen over manieren waarop je instroom in duurzame arbeid kunt verbeteren.

 

Tags: , ,

Hoe werkt de arbeidsmarkt? Een gastles voor (V)Mbo-ers

Ik denk dat het voor veel mensen (zeker als je nog geen ervaring hebt) lastig is om keuzes te maken met betrekking tot betaald werk en de opleiding(en) die je hiervoor moet volgen. Het is ontzettend belangrijk om leuk werk te hebben en om mee te doen in de maatschappij. Neem maar gewoon het feit dat iemand die werkloos is het verdraaid lastig vind om op feestjes te vertellen dat hij/zij geen werk heeft. Iemand die werk heeft, praat er honderduit over. Iedereen mag het weten. Betaald werk is gewoon belangrijk om voluit mee te kunnen doen.

Met in gedachten: voorkom werkloosheid, lijkt mij het leuk en interessant om met (V)Mbo-ers van gedachten te wisselen over ‘’betaald werk’’. Ik heb hiervoor een gastles van 1 tot 1,5 uur ontwikkeld, die ingaat op de werking van de arbeidsmarkt. De drie thema’s die ik (interactief en met verschillende werkvormen) onder de aandacht wil brengen zijn:

1. Wat betekend betaald werk voor een gemiddelde Nederlander?
2. Welke keuzes moet je maken om aan betaald werk te komen?
3. Wat moet je weten van de arbeidsmarkt, om succesvol te worden en wat is eigenlijk succesvol?

Praktisch gezien kan deze gastles onderdeel uitmaken van de vakken Maatschappijleer, Management & Organisatie, of Economie. Zelfs bij Geschiedenislessen of Nederlands zou het passen. Het programma is op maat te maken voor elke doelgroep en kan eventueel worden uitgebreid.

Vanaf mei tot december 2011 verzorg ik deze training zonder kosten. Ik vraag alleen om mij van referenties en feedback te voorzien, zodat ik er later een goed verkoopbaar programma van kan maken.

Bent u decaan of schoolopleider en heeft u interesse? Bel 06-53752856

 

Tags: , , ,

De Randstad wordt voller. Verhuizen naar Zuid Limburg. Maar is er ook werk?

Midden in Europa wonen en toch een kroketje uit de muur kunnen trekken
Met bovenstaande zin, wil de regio Zuid Limburg ons (andere regiobewoners) naar hun regio trekken. Wat je zit midden in het gebied waar het gaat gebeuren. Wat is nog niet helemaal duidelijk, maar je gaat een hoop missen als je er niet bij bent, ronkt de eerste pagina van Volkskrant magazine vandaag.
Ik wordt wat onrustig, want Limburg dat lokt ons wel. Maar was er in deze regio niet een grote werkloosheid; 2% meer dan in de rest van Nederland? En hoe was het gesteld met de leegloop? Waar gaan de oorspronkelijke inwoners naartoe?

Eurregio
Op de site van zuidlimburg wordt ik bij economie en werk erg overvallen door allerlei Engelse en zelfs Latijns aandoende termen, zoals Campus en Sciences. Dus denk ik; hier moet men wel erg geleerd zijn. Mijn vraag is dan ook: welke middelbaar opgeleide werknemer kan met succes verhuizen vanuit de drukke Randstad naar deze liefelijke Eurregio? Met welke beroepsachtergrond maak je kans op een betaalde baan in de regio Zuid Limburg? Op de al genoemde site blijkt dat er vooral wordt gewerkt aan wetenschap (ook in de zorg) en aan de weg (niet de straten, maar vervoer en logistiek).

Kansrijke beroepen
Met bovenstaande in gedachten heb ik een overzicht gemaakt van de meest kansrijke mbo beroepen in de regio Zuid Limburg voor maximaal de komende 6 maanden. Garantie is niet langer te geven.

Kansrijk betekent in onderstaand overzicht, dat er baanopeningen zijn in de nabije toekomst voor mensen met een middelbare opleiding (nivo 1 tot 4). Ook wordt met dit overzicht de krapte op de (regionale) arbeidsmarkt zichtbaar; werkgevers in deze sectoren zitten (als het echt groen kleurt) te wachten op personeel. Dit maakt de kansen voor mensen met minder ervaring en diploma’s wellicht iets groter.

Meest kansrijke sectoren*: Kansrijke beroepen*: Risico**:
Zorg Ouderen en kinderopvang nivo 3 Doktersassistente nivo 4 Oranje

Administratief / beveiliging Applicatie ontwikkelaar nivo 4 Medewerker P&O nivo 3 Assistent accountant nivo 4 Telefoniste/receptioniste nivo 2 Oranje

Transport en logistiek Chauffeur goederenvervoer nivo 2 Oranje

Bouw en infratechniek Veel kansen (behalve als stratenmaker) Oranje

Gezondheidstechniek Audicien nivo 4 Opticien nivo 4 Tandtechnicus nivo 4 Schoenhersteller nivo 2 Leestenmaker nivo 2 Groen

Bakkerij (productie) Brood- banketbakkers nivo 3 Oranje

Horeca Gastheren/vrouwen nivo 2 Groen

*in de komende periode van 3 tot 6 maanden
**een hoog of laag aantal werklozen in de sector in het afgelopen jaar in combinatie met veel of weinig vacatures (in het afgelopen jaar) en rekening houdend met economische groei of krimp (in de nabije toekomst). Daarnaast is er gekeken naar openstaande vacatures op dit moment (dit bied echter geen garantie, vanwege mogelijke verdubbeling en fake-vacatures)

Wat betekenen de kleuren:
Groen: goede perspectieven voor werkzoekers
Oranje: geen echte risico’s, maar ook niet perfect
Rood: Niet doen (bij voorbaat al uit het overzicht gehaald: niet focussen op wat toch niet haalbaar is)

NB: De gegevens zijn verzameld door Marcel van Unen van De WerkZaak uit verschillende bronnen, die vrij beschikbaar zijn. Onder andere van KvK, UWV en COLO. Het is een onafhankelijke interpretatie van verschillende onderzoeken op sociaal, economisch en politiek gebied.

 

Tags: , , , ,

Gewoon vooroplopen, dan volgen ze vanzelf

Interview met drie helden die de arbeidsmarkt voor jongeren (met of zonder beperking) rigoureus gaan veranderen.

Boris, Harrie en Tooon (ja, met 3 o’s) zijn nieuwe helden.
Ze zijn nog jong en gaan onverschrokken een groot arbeidsmarktprobleem te lijf. Ik heb ze vandaag bij elkaar gehaald voor een kopje thee (en voor Boris een waterbak) om met ze te praten over hun hun missies en het heldendom. Ik heb met ze afgesproken dat we doen alsof we leven in 2016. Een kleine 5 jaar verder. Het werd een kort interview, want het baasje van Boris (Meneer Colo), wilde nog een boswandeling gaan maken.

De volgende vragen kwamen aan bod: Wat was je missie in 2011, hoe heb je deze waargemaakt en heeft het heldendom je leven verandert, en zo ja hoe?

Wat was je missie in 2011?
Boris gromde al heel snel, voordat ik de vraag helemaal had gesteld: ‘ik heb jongeren op het VSO op weg begeleid naar een duurzame werkplek. Daar ben ik goed in als geleidehond. Speciale training voor gehad!’ ‘Dat is wel heel anders dan mijn missie,’ zei Harrie (betrokken bij Vilans), meteen; ‘mijn doelstelling was om jongeren met een arbeidshandicap te integreren op de werkvloer. De bedoeling was dat ze geaccepteerd zouden worden.’ Op dezelfde vraag moest Tooon (als vrijwilliger werkzaam bij BoaBorea), vrij lang nadenken. ‘tja, wat was mijn missie? Die is mij pas later duidelijk geworden toen ik merkte dat er zoveel partijen waren, waar ik eerst mee moest leren samenwerken. ‘Kijk,’ zei hij gapend (en hij rekte zich uit), ‘ik behoor zelf tot de doelgroep Wajongeren en vond het vrij lastig om het al die hulpverleners naar de zin te maken. De bedoeling was dat mijn missie zou zijn: het tegengaan van bezuinigen. Ik zou een lobbyist worden. Maar uiteindelijk werd mijn zelfgeformuleerde missie: alle betrokken partijen bij het project op één lijn krijgen.’ Zuchtend, reed Tooon nog een rondje door de zonovergoten tuin. Mijn achtertuin, werd een stukje groter.

Hoe heb jij je missie waargemaakt?
Op deze vraag werd heel lang in het kopje thee gekeken. Boris slobberde nog wat uit zijn waterbak. Uiteindelijk nam Tooon het woord: ‘je hebt het elke keer over missie. Het is al moeilijk genoeg om het probleem boven tafel te krijgen. Mijn samenwerkingspartners vonden dat er genoeg bezuinigd werd op mensen met beperkingen. Zij wilden dat de arbeidsmarkt open bleef voor de kwetsbaren in de samenleving. Ik denk dat ik uiteindelijk mijn missie niet heb waargemaakt. Voordat ik het door had hoe het in elkaar stak, was de geldkraan al weer dichtgedraaid. Alles is afhankelijk van tijdelijke subsidies in dit land. Dat zul jij toch wel weten?’ Het duurde een tijdje voor de gemoederen weer helemaal gekalmeerd waren, maar daarna sprak Boris, de nu al legendarische woorden: ‘je moet gewoon vooroplopen, dan volgen ze je vanzelf’. Wijze woorden, vond ook Harrie, die hieraan toevoegde: ‘Bij mij ging het vooral om beeldvorming, dus deed ik voor wat de bedoeling was. Net zoals jij, Boris (die hierop een goedkeurend klopje, van Harrie, op de flank kreeg). Dat was ook niet altijd makkelijk, maar op een gegeven moment gingen er toch een aantal werkgevers overstag. Ik geef toe dat dat maar mondjesmaat is gelukt. Zoiets heeft een lange adem nodig!’

We namen nog een koekje (ook Boris liet zich dit goed smaken). En kwamen aan de laatste vraag. Nb: Deze vraag werd vanmorgen nog ingebracht door Herma Goris via Twitter, waarvoor dank.

Heeft het heldendom je leven verandert en zo ja, hoe?
Boris, liet een hoge piep horen en rekte zich langdurig uit. Hieruit bleek dat Boris toe was aan een wandelingetje. Boris liep kwispelend naar de tuinpoort en ja hoor daar was meneer Colo al om hem op te halen. Ik stond op om nog wat te drinken in te schenken. Harrie vroeg om een biertje en Tooon kreeg een glas water (hij moest nog rijden). Harrie, vertelde heel zachtjes: ‘ik voel me geen held, mijn leven is niet zozeer veranderd. Ik heb wel het idee dat ik iets heb kunnen bijdragen, maar ik kan nog gewoon over straat lopen, zonder dat er paparazzi achter me aan lopen. Ben ik wel blij mee.’ Tooon, vroeg om nog een glas water en liet ons weten, dat hij er genoeg van had: ‘Het hele heldendom kan me gestolen worden. Al die mensen die denken dat ik de oplossing heb. Bah.’

Ik bedankte de beide heren (Boris was immers al gaan wandelen met zijn baas) voor dit verhelderende interview, liet ze de poort uit en schonk voor mezelf een glas wijn in. Morgen maar een bedankkaartje sturen. Niet vergeten! Want helden zijn ook maar mensen (of hond).

 

Tags: , , , , , , ,

Waarom is er een doelgroepen beleid in Nederland?

De kwetsbaren blijven kwetsbaar en de kansrijken krijgen steeds meer kansen. Laatst besprak ik dit met een collega P&O-er en deze vroeg zich ook af waarom er altijd maar weer doelgroepen worden geformuleerd die ‘’zielig’’ zijn? Bijvoorbeeld de ‘’kwetsbare jongere’’. Een langzaam opkomend nieuw begrip onder beleidsmakers sociale zaken. Maar, wat is eigenlijk de definitie van een kwetsbare? En waarom is er een doelgroepenbeleid in Nederland? Deze twee vragen wil ik graag hieronder beantwoorden.

Kwetsbare ouderen
Over de kwetsbare ouderen is door het Sociaal Cultureel Planbureau (04-02-2011) het volgende gezegd: Zij lijken op het eerste gezicht nog redelijk gezond, maar kleine lichamelijke en psychosociale problemen stapelen zich op, waardoor meestal te laat hulp gevraagd of geboden wordt als er ernstige problemen met de gezondheid ontstaan. In een aantal gevallen was achteraf gezien een opname in een verzorging- of verpleeghuis misschien niet nodig geweest, als hun kwetsbaarheid eerder gesignaleerd was en met kleine ingrepen hun kwaliteit van leven behouden had kunnen worden.

Hulp vragen
Als kwetsbare moet je dus hulp vragen en voor die hulp kan je altijd wel bij een hulpverlener of hulpverleningsinstantie terecht. Nederland is er vol mee. Welke kwetsbaren moeten nu op weg naar een hulpverlener? Verder met mijn zoektocht.

Verhoogde kwetsbaarheid
Op de website van Bouwen aan leefbaarheid waarvan niet duidelijk is wie of wat hierachter zit, staat een erg ruime definitie van kwetsbare mensen;
Omdat in principe iedereen gekwetst kan worden zijn we dus allemaal kwetsbaar. Maar de mate waarin iemand kwetsbaar is verschilt per individu en per situatie. Net als bij leefbaarheid is ook kwetsbaarheid het resultaat van de wisselwerking tussen individu en omgeving. Iemand kan op bepaalde momenten in zijn leven meer kwetsbaar zijn dan op andere momenten. We zien kwetsbaarheid daarom als een dynamisch fenomeen. Een verhoogde kwetsbaarheid wil overigens niet zeggen dat de persoon problemen ervaart maar wel dat de kans op problemen groter is en de leefbaarheid onder druk kan komen te staan.

Doelgroepen
Het komt er op neer dat iedereen kwetsbaar kan zijn. Daarmee heb ik het antwoord gevonden op de vraag ‘waarom is er een doelgroepenbeleid in Nederland’ gevonden. Omdat we het leefbaar in Nederland willen houden, houden we rekening met kwetsbare mensen. Deze kwetsbaren, zetten we in groepen, omdat hulpverleners dan beter kunnen monitoren of ze wel kwetsbaar blijven. Want stel je voor dat we niemand meer als ‘’kwetsbaar’’ etiketteren, dus dat de doelgroepen er niet meer zijn? Wat moeten al die hulpverleners dan gaan doen?

Gekwetste hulpverleners
Ik raad alle hulpverleners, die zich gekwetst voelen door dit stuk, aan om hulp te gaan zoeken.
Zij kunnen beginnen door de website bouwenaanleefbaarheid te bezoeken en daar het artikel te lezen over zelfvertrouwen. Ik raad de hulpverleners aan om dit stuk te lezen door de ‘’bril’’ van de kwetsbare doelgroep waaraan zij zelf hulpverlenen.

Inzicht is het beginsel der wijsheid.

 
1 Comment

Geplaatst door op 10 april 2011 in doelgroep, Onderzoek

 

Tags: , , , , , ,

Hoe denk jij over mensen met een uitkering?

Er is veel verkeerde beeldvorming over mensen met een uitkering. Het feit dat je in een uitkering zit, zegt blijkbaar iets over je. De term ‘’vlekje’’ wordt gelukkig de laatste jaren niet meer gebezigd. Maar het feit dat er arbeidsmarketeers nadenken over een keurmerk voor werkzoekenden, zegt naar mijn mening wel iets (maar daarover zal ik later meer vertellen op mijn blog). En daarnaast blijf ik het raar vinden dat er subsidie is voor werkgevers, als ze mensen aannemen die 55 jaar of ouder zijn. Wat is er mis met hen?

Ik kan veel vertellen over beeldvorming, maar ik wil jou vragen wat jouw beeld is over mensen met een uitkering, gerelateerd aan werk. Dit kan door beantwoording van vier eenvoudige vragen:

1) Heb je betaald werk? Ja/nee
2) Wat verwacht jij van uitkeringsgerechtigden?

Schrijf je antwoord op vraag 2 rustig op in een paar korte zinnen. Hooguit drie zinnen. Beantwoord daarna de volgende twee vragen

3) Wat vindt jij belangrijk als het gaat over werkgerelateerde uitkeringen?
4) Wat moeten wij, als samenleving, daarover afspreken, als jij het voor het zeggen had in Nederland?

Probeer de vragen kort en krachtig te beantwoorden

Bij vraag 3 heb je net een aantal belangrijke waarden neergezet. En bij vraag 4 heb je de normen (die daarbij horen) vastgesteld. Probeer met deze waarden en normen jouw visie te verwoorden. Jouw visie zegt iets over hoe jij naar de wereld kijk.

Ik ben benieuwd naar jouw visie. Reageer gerust!
Nb: als je reageert, wil je er dan ook bij vermelden of je betaald werk hebt of niet?

 
6 Comments

Geplaatst door op 31 maart 2011 in Onderzoek, subsidie

 

Tags: , , , , ,

45+ en uitkering: werk aan je marktwaarde

Uit het onderzoek ”ouderen zonder baan” van het RWI dat onlangs werd uitgebracht, blijkt dat het belangrijk is dat de 45plusser (die zijn betaalde werk verliest) maar beter minder dan 4 maanden werkloos kan blijven.

Het onderzoek geeft de resultaten weer van een meerjarig onderzoek (2007-2009) met betrekking tot 45plussers en betaald werk. In 2007 waren er 4,4 miljoen mensen ouder dan 45 en jonger dan 65. Een behoorlijke groep dus. Op dit moment is de totale beroepsbevolking zo’n 7,3 miljoen en zijn er totaal 16,7 miljoen mensen in Nederland.

Van die 4,4 miljoen 45plussers waren er in 2007 53% werknemer, 7% ZZP-er en 17% uitkeringsgerechtigde. Een mooi uitgangspunt. 2 jaar later (2009) was 10% van de uitkeringsgerechtigde 45plussers weer aan het werk. Dat waren dan vooral autochtone mannen met een WW-uitkering. Vrouwen, allochtonen en arbeidsongeschikten of bijstandtrekkers komen niet of veel lastiger aan werk.

Deze witte mannen kregen dan wel een tijdelijk en parttime- contract in Zeeland of Friesland en buitengebieden. In Groot Amsterdam was voor hun geen werkplek. Een kwart van deze baanvinders van 45plus ging er zelfs op salaris vooruit! En dat terwijl het merendeel een baan in de zorg of de zakelijke dienstverlening vond. Toch positief nieuws.

Het onderzoek gaf ook een heel bijzonder resultaat aan: het blijkt dat het feit dat je 45plus bent én langer dan 3 maanden in een uitkering zit, bijdraagt aan het feit dat je slecht werk kunt vinden. Dus niet alleen de leeftijd, dames, maar ook de verblijftijd in de uitkering! Bovendien blijkt dat hoe ouder je wordt: hoe minder bereid je bent om van sector te wisselen. Toch jammer, als je niet in een kansrijke sector werkzaam bent of was. Het grappige is dat de omwenteling (wel bereid om in andere sector te werken) ook op langer dan 3 maanden zit.

Zou het toeval zijn, dat momenteel het UWV, alle werkzoekenden de eerste 3 maanden niet helpt met het vinden van betaald werk? De oekaze van uit de top van het UWV is: eerste drie maanden via de digitale snelweg. Het hobbelpadje wat werk.nl (@werkmap) heet?

Goed nu even praktisch. Wat kun je doen 45plusser?
Breng je ervaring en kennis in kaart. Denk goed na over jouw belangrijkste competenties. Praat hierover met je familie, kennissen en vrienden. Maak een actieplan: werken aan mijn ‘’marktwaarde’’.

Wil je hierover advies, bel 06-53752856 voor een vrijblijvend gesprek.

 
 

Tags: , ,

Werkstraf is geen strafwerk meer

In DePers en op nu.nl stond op 7 maart het volgende: Veel jongeren die een werkstraf moeten uitvoeren, vinden dat daar positieve kanten aan zitten. Zo noemen ze een ontspannen sfeer en een leuke werkplek. Een taakstraf uitvoeren op zaterdag of het doen van saai of vervelend werk vinden ze niks. Ook vinden ze het pijnlijk als ze hun taken moeten uitvoeren in de eigen buurt, waardoor het voor veel bekenden zichtbaar is. Allochtonen hebben daar meer last van dat autochtonen. Daarnaast vinden zichzelf voor schut lopen in de vaak verplichte werkkleding, omdat zij hechten aan merkkleding. De meeste jongeren vinden verder dat ze weinig of niets leren van de werkstraf. Overigens vinden ze dat vaak ook begrijpelijk, aangezien het een straf betreft.

Kwaliteit
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie ziet in de uitkomsten van het onderzoek voldoende aanknopingspunten om in het kader van het project Aanpak Recidive Werkstraffen Jeugd extra aandacht te besteden aan de kwaliteit van de werkstraffen.

Graag bied ik de staatssecretaris hierbij een idee aan:

Gezien het feit dat werkstraffen niet echt vervelend worden gevonden (op de merkkleding na), lijkt de tijd rijp dat we nu door pakken om jongeren op te leiden tot het vereiste kwalificatieniveau 2 (uitvoerende werkzaamheden). De vraag wordt:
Kunnen we werkstraffen gebruiken om jongeren werkervaring op te laten doen of met hun samen te inventariseren welke training/opleiding zij nog kunnen gebruiken, zodat ze hun competenties beter kunnen inzetten voor het vinden en behouden van betaald werk?

Iedere vroegtijdig schoolverlater zonder kwalificatieniveau 2, aan de werkstraf, of gaat dat iets te ver?

Onderzoek
Het lijkt me in ieder geval goed dat ze bij het ministerie van Veiligheid en Justitie eens gaan praten met hun collega’s van Onderwijs en Sociale Zaken & werkgelegenheid. Kan weer een leuk onderzoek naar worden gedaan!

 
Leave a comment

Geplaatst door op 8 maart 2011 in Algemeen, leren, Onderzoek

 

Tags: , , , ,

Alternate Reality Games herstellen de welvaart

Gamers gaan de wereld redden, kopt een artikel in de Volkskrant van vandaag. Miljoenen computergamers zullen hun vaardigheden inzetten om ons echte imperfecte leven te verbeteren. Dat kan (zo meldt Jane McGonigal in haar boek ‘’Reality is Broken’’) met Alternate Reality Games (ARG). Deze spellen slaan een brug tussen de PC en de realiteit. Er zijn al online spellen die het herstel na ziekte kunnen bevorderen, eenzaamheid kunnen bestrijden, en de sfeer op straat kunnen verbeteren. Afstand en tijd kan worden overbrugd, elk publiek kan meespelen en er zijn heel veel contacten, kruisverbanden en beloningen mogelijk.

Misschien zien jullie het niet meteen… Die laatste zin van de vorige alinea (letterlijk uit het artikel overgenomen): dat is een definitie van de arbeidsmarkt. Onze Onzichtbare Arbeidsmarkt. Dus behalve dat met deze games de vrede behaald of het klimaat gered kan worden, kunnen we deze inzetten voor een nog groter belang: werk en inkomen voor iedereen. Meedoen met de samenleving! Of schiet ik nu iets teveel door?

Ik loop al een tijd rond met het idee dat sollicitatietrainingen en leren-solliciteren-cusrsussen weinig zoden aan de dijk zetten als je niet eerst werkzoekenden leert over de mores van de arbeidsmarkt. Hoe werkt het vraag-en-aanbod spel op de arbeidsmarkt? Wat moet je inzetten en hoe rollen de dobbelstenen? Sterker nog, ik denk dat je moet beginnen bij laatstejaars studenten cq scholieren. Voordat je de arbeidsmarkt betreed weten hoe die markt werkt. Want zeg eens eerlijk, weet u het?

Een online game om online te kunnen leren hoe de arbeidsmarkt werkt, kan uitkomst bieden. Alvast een voorproefje? Een goed spel heeft een speluitleg of handleiding. Hieronder zal ik de eerste versie van ARG ‘’de regionale arbeidsmarkt’’ uit de doeken doen.

Doel van het spel: Verbeteren van de regionale arbeidsmarkt, om de werkloosheid in de regio te bestrijden en de regionale economie en de welvaart te herstellen (altijd hoog inzetten, dus starten met Zuid-Limburg!)
Doelgroep: Startende werkgevers/managers, startende werkzoekers en startende arbeidsbemiddelaars.
Spelers: In een afgebakende regio mag iedereen meedoen en kan zelfstandig een rol kiezen.
Rollen:
Werkgever (MKB = ondernemer of manager in een middelgroot of groot bedrijf)
Werkzoeker met veel werkervaring en weinig diploma’s (of andersom), met een beperking (en natuurlijk ook mogelijkheden).
Bemiddelaar bij het UWVwerkbedrijf, re-integratiebedrijf, uitzendbureau etc. (met weinig ervaring)
Natuurlijk is er bij elke rol vrije keuze uit verschillende competenties en ambities (en droomwensen).

Spelverloop:
Het spel start met de verdeling van de rollen, de branches, de competenties en de ambities. Er is ook een bestand met droomwensen, waarvan je er één mag uitzoeken.
In dit spel wordt de eerste zet altijd gezet door de ondernemer/werkgever/manager. Hij/zij zoekt een potientiële werknemer in zijn netwerk. Een vacature (in de media) mag pas worden opgesteld als de ambities van de werkgever aansluiten bij de aanwezig competenties van de werkzoekers (in het spel).
(…)
Het spel eindigt met een succesvolle match, waarbij competenties, ambities, eisen en droomwensen van werkgever, bemiddelaar en werknemer bij elkaar aansluiten.

Dit is een eerste versie. Is er iemand die samen met mij een versie 2.0 wil schrijven en op internet wil brengen?

 
1 Comment

Geplaatst door op 12 februari 2011 in Onderzoek, Werknemers vinden, Werkzoekers

 

Tags: , , ,

Neem ik een Wajonger aan?

Heeft u behoefte aan praktische informatie om een keuze te maken?

Veel (reguliere) ondernemers/werkgevers beschikken over weinig ervaring met het samenwerken met Wajongers die beperkt inzetbaar zijn of om een andere benadering dan reguliere werknemers vragen. Daarnaast leven bij sommige werkgevers ook vooroordelen over de inzetbaarheid van mensen met beperkingen. Logisch, want is er maar weinig praktische informatie over de mogelijkheden.

De staatssecretaris van SZW heeft al een tijd geleden aan de Raad voor Werk en Inkomen gevraagd een onderzoek te doen naar kenmerkende factoren binnen arbeidsorganisaties die beslissend zijn voor een succesvolle inschakeling van Wajongers. Het onderzoek is uitgevoerd en geeft praktische adviezen en aanbevelingen voor werkgevers- en werknemersorganisaties, sectoren, bedrijven en medezeggenschapsorganen. De onderzoekers zijn de uitdaging aangegaan om zo concreet mogelijke handvatten te bieden en een cultuuromslag mogelijk te maken. Ik heb dankbaar gebruik gemaakt van hun onderzoek (R. Lammerts, M. Stavenuiter / Wajongers op de werkvloer / Inpassing en acceptatie van jonggehandicapten in bedrijven / Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen / augustus 2010 / ISBN 978-90-8766-046-8).

Ook heb ik gebruik gemaakt van het onderzoek van Revalidatiefonds en het NSGK Effectieve arbeidsparticipatieprojecten / Sleutels tot succes. In dit rapport valt te lezen dat er ongeveer 40.000 Wajongeren op zoek zijn naar werk (nu of in de toekomst, na bijvoorbeeld revalidatie). En dat het een zeer diverse groep is: zowel qua opleidingsniveau, handicap, regio en motivatie. Dat maakt deze groep heel erg moeilijk om te bereiken. Bovendien komt uit het onderzoek naar voren dat ondernemingen wel willen, maar niet altijd het juiste beeld hebben van een gehandicapte werknemer. Werkgevers denken bijvoorbeeld vaak in eerste instantie aan een hoog opgeleide werknemer met een lichamelijke handicap. Terwijl de groep lager opgeleiden met een psychische handicap vele malen groter is.

Hieronder vind u een (ingekorte) checklist, die u kan helpen bij het beantwoorden van de belangrijk vraag: Neem ik een Wajonger aan? Hoe meer ‘’vinkjes’’; hoe meer mogelijkheden u ziet!
Aan het einde van deze checklist kunt u een verantwoorde en duurzame keuze maken.
De volledige checklist is te downloaden vanaf mijn LinkedIn profiel (view Full Profile / the Box)

 Ik sta open voor deeltijdwerk
 Ik ben bereid om de vastgestelde functie / vacature aan te passen voor een individuele werknemer
 Ik zet de mensen van het UWV in als deskundige op het gebied van de Wajong, maar stel zelf ook eisen.
 Ik ben bereid om me te verdiepen in de regelingen / voorziening van de Wajong
 Ik ben bereid om de huidige medewerkers (toekomstige collega’s van de Wajonger) mee te laten denken over zijn/haar integratie binnen het bedrijf
 Ik selecteer mijn reguliere medewerkers zorgvuldig. Belangrijk daarbij is dat zij ook bereid zijn om samen te werken met collega’s met een arbeidsbeperking.
 Ik vind het resultaat van mijn onderneming belangrijk, maar vergeet daarbij niet de menselijke aspecten (hard op de zaak, zacht op de mens, past bij onze cultuur).
 Ik accepteer dat mensen met een beperking een ander werktempo hebben
 Ik ben bereid om met mijn huidige medewerkers te bespreken, wat het voor hun werk gaat betekenen, als ik een medewerker aanneem met een arbeidshandicap
 In mijn organisatie zitten niet veel managementlagen. Het is een ‘’platte’’ organisatie.
 Ik ga met al mijn medewerkers snel een ‘’goed gesprek’’ aan, als ik denk dat er wat dreigt mis te gaan
 Ik ben bereid om een jobcoach of mentor in te zetten, die de Wajonger voor een afgebakende tijd kan helpen om te integreren
 Ik ben bereid om voorzieningen en aanpassingen te doen in het pand van mijn onderneming, als dat noodzakelijk is om iemand goed te kunnen laten functioneren
 Ik ga zeker een kostenbaten analyse maken, voordat ik een Wajonger aan ga nemen
 Ik behandel alle werknemers hetzelfde tijdens een (proeftijd)beoordeling. Maar ik houd zeker rekening met individuele beperkingen. Ik blijf wel zakelijk.
 Als ik, naar aanleiding van deze checklist, heb geconcludeerd dat ik ‘’er voor open sta’’, ga ik actief op zoek naar een Wajonger en houd ik rekening met tegenslagen (ze zijn niet zo makkelijk te vinden)

 

Tags: , ,

 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.